© Jeroen Musch
241

Bolwerk

Utrecht
Opdrachtgever: 
Edwin Oostmeijer Projectontwikkeling
Projectarchitect: 
Christine de Ruijter, Jan Verrelst
Projectteam: 
Ilse Van Berendoncks, bOb Van Reeth, Christine de Ruijter, Jan Verrelst, Filip Deprez.
i.s.m: 
WVAU
Periode: 
1996 (ontwerp), 2000-2006 (uitvoering)
Functies: 
wonen
Programma: 
16 appartementen met ondergrondse parkeergarage.

Project voor zestien appartementen met ondergrondse parkeergarage aan het Servaasbolwerk in het oude stadscentrum van Utrecht, op de plek van een bunker die tijdens de Tweede Wereldoorlog werd gebouwd. 
Het hergebruiken van de footprint van de oude bunker is het hergebruiken van de karakteristieken van de plek. Het gaat niet over breder of smaller, hoger of lager, het gaat om het 'soortelijk gewicht' van het gebouw en de aard van stedelijkheid. De bunker is typologisch geen onderdeel van het gesloten bouwblok en vormt door zijn beperkte afmetingen ook geen bouwblok op zich. Het is een concreet gebouw dat alleen naar zichzelf verwijst. De architectuur van dit project vervangt dan ook eigenwijs de bunker als een 'stadshuis'.
De architectuur beoogt een stedelijk karakter. De formele uitwerking is daarom bewust stil. Strakke, sobere vormen hebben iets stedelijks, inclusief, 'onzichtbaar'. Eenvoudige vorm staat niet voor simpele ervaring, integendeel. Het gaat om vorm, niet omtrent beelden, om een gebouw waarvan je voelt dat net zoveel zorg is besteed aan wat werd weggelaten als aan wat overblijft.  

Het Bolwerk bestaat uit zestien appartementen die variëren in grootte van 128 tot 157 m², rond een koer in de vorm van een binnentuin. De gevels van het exterieur zijn uitgevoerd in donkere baksteen. Het rechthoekige blok wordt plaatselijk ingesneden door inpandige loggia’s die zich midden in de appartementen bevinden en daardoor de plattegronden ‘openmaken’. Het monoliet karakter wordt bekomen door de specifieke verhouding tussen de raamopeningen en het bakstenen geveloppervlak, namelijk 1 op 8. De bakstenen massa 'zweeft' boven een lichte strook van strekmetalen roosters. De geharde buitenbeglazing staat vlak in het donkere parament en wordt kaderloos uitgevoerd. Het onderste deel is vast gemonteerd, de bovenste delen zijn als luiken te gebruiken. 

De omsloten binnentuin van circa 14 x 21 m die te bereiken is via een hellingbaan, ligt ongeveer 1.40 m hoger dan het maaiveld en geeft toegang tot twee trappenhuizen met liften. Onder de woningen en de binnentuin bevindt zich een half verdiepte garage en bergingen. De bestrating van de binnentuin is van eenzelfde materiaal als de buitengevels: donkere baksteen. De muren zijn echter witgepleisterd en zorgen voor veel licht op zowel de binnenplaats als in de appartementen. De serene binnentuin die de overgang vormt naar de privésfeer van de woning, is ingericht naar een ontwerp van Veenenbos en Bosch landschapsarchitecten.