De Markt
236

De Markt

Mol
Opdrachtgever: 
Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap afdeling Jongerenwelzijn
Projectarchitect: 
Ilse Van Berendoncks, Filip Delanghe
Projectteam: 
Ilse Van Berendoncks, Filip Delanghe, Eveline Bossuyt, Jan Van Caekenberghe, Stefan De Clippele, Peter Van doninck, Fenneke Immerzeel.
i.s.m: 
Technum Tractebel
Periode: 
1996-2012 (ontwerp), 1998-2014 (uitvoering)
Functies: 
zorg
Programma: 
Masterplan voor de halfopen jeugdinstelling in Mol.

Masterplan

Voor de Gemeenschapsinstelling Bijzondere Jeugdzorg ‘De Kempen’ te Mol werd in 1996 voor de halfopen voorziening voor jongeren ‘de Markt’ een masterplan opgemaakt door awg architecten.

De gemeente wenste zich de gebouwen aan De Markt te Mol, die ze aan de instelling in bruikleen had gegeven, opnieuw toe te eigenen voor de uitbreiding van de gemeentelijke kunstacademie. Dit noodzaakte  Jongerenwelzijn de voorziening zelf uit te breiden op het achterliggende terrein langs de Molderdijk.

De instelling lag enerzijds verspreid over een oud gebouwencomplex waarin de gemeenschappelijke basisfuncties (directie, administratie, keuken, …) waren ondergebracht en anderzijds over een campus van paviljoenen waarin de leefgroepen zich bevonden.

Het opgemaakte masterplan voorziet in een hermodellering van die infrastructuur naar een eenduidig campusmodel.

Het gegeven van de plek, de context met als afbakening de muur langs de Molderdijk, de groene zone aan de Kleinedijk, de Oude Neet als stroom dwars over het terrein, de tuinmuur aan De Rode Kruislaan en de gebouwen van de gemeente aan De Markt, bepaalt de aanpak, de structurering van de ‘open’ ruimte tegenover de ‘bebouwde’ ruimte, de graad van verdichting van het terrein.

De gebouwen worden opgesteld langs specifieke assen. Een eerste as van gebouwen staat evenwijdig met de Molderdijk, in de geest van de werking van de instelling, namelijk volgens aparte leefgroepen, en zij geven de straat, de ‘dijk’ opnieuw een gevel.

De gebouwen voor gemeenschappelijke doeleinden (sporthal, ateliers, leslokalen) liggen dieper op het terrein geclusterd langs een tweede as die bijna loodrecht staat op de Molderdijk.

Op de kruising van de twee assen bevindt zich aan een plein het ontvangstgebouw en administratief centrum van de instelling, de uitgelezen plek voor de nieuwe toegang tot het domein. De resterende open ruimte wordt binnen een ringweg/rondgang ingevuld met groen en sportterreinen, het groene hart van de campus. Aan de achterzijde van het domein is langs een oude bakstenen scheidingsmuur een afgesloten personeelsparking gerealiseerd. Door uitbreiding van de instelling is ook het gebied langs de Oude Neet met paviljoenen ingevuld.

Doel van het vernieuwen van de site is het realiseren van een homogene, samenhorige campus. Gebouwen kunnen immers een rol spelen in een constructieve sfeer van veiligheid, rust en geborgenheid binnen de instelling: het gebouw als ‘toevluchtshaven’.

De nieuwe gebouwen op de campus ordenen zich tussen de bestaande gebouwen en herstellen zo haar samenhang. Ze ogen in hun structuur eenvoudig en in hun vorm monoliet en massief. Ze krijgen allemaal nagenoeg dezelfde materialisatie om eenheid in de veelheid te bekomen. De nieuwe gebouwen zijn uitgezet op het eenvoudige principe van de industriële betonmaat van 1.20 m / 1.80 m met veelvouden van 0.60 m. 

De gevels zijn baksteenparement in oranjerode handvormsteen, het buitenschrijnwerk is van gemoffeld mat zilvergrijs aluminium. De hellende daken worden uitgevoerd in geprepatineerde zinkbanen met staande naad.

Binnenin zijn de perifere en dragende wanden meestal in zichtbeton, ook de plafonds. De invulwanden verschillen van betonmetselwerk in het zicht tot gehard glazen wanden, gipskartonwanden of beglaasde wanden in houten schrijnwerk. De vloeren zijn troffelvloeren in functie van eenheid en onderhoud. Het binnenschrijnwerk (meubilair, raamomkastingen) bestaat uit onbehandeld hout of multiplex van grenen.