Zilverberk© Senne Van Der Ven
461

De Zilverberk

Halle
Opdrachtgever: 
GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap
Projectarchitect: 
Geert Driesen
Projectteam: 
Geert Driesen, Jan Degeeter, Peter Van doninck, Martijn Kruijf, Jonas Van De Walle.
Periode: 
2007 (ontwerp), 2011-2014 (uitvoering)
Functies: 
onderwijs
Programma: 
Ontwerp voor een nieuwe school met 14 kleuterklassen, 5 lagere schoolklassen, een polyvalente zaal, mediatheek en ondersteunende functies.

Ontwerp voor het vervangen van bestaande klaslokalen in paviljoenstructuur door nieuwbouw in twee fases en omgevingsaanleg. Het programma bevat in hoofdzaak 14 nieuwe kleuterklassen, 5 lokalen voor de lagere school, een polyvalente zaal, een refter met keuken en een mediatheek.

De betrachting is, door de zorgvuldige positionering van een aantal nieuwe bouwvolumes, structuur en helderheid te geven aan de plek.  Een gemeenschappelijke, centrale plek als heldere, leesbare ruggengraat van deze ‘gemeenschapsschool'.
Inpassend en aanhakend aan de stedenbouwkundige structuur van de locatie, vanuit de erkenning van het bestaande en de logica van de fasering.
Het bouwterrein splitst het ‘bouwblok’ in twee delen.  De aldus ontstane ‘open’ plek , welke zich van straat tot straat uitstrekt, wordt als structurerende ruimte beschouwd.  Een gemeenschappelijke, sociale ontmoetingsruimte. Hierlangs worden verschillende gebouwen gesitueerd, oud en nieuw, in een evidente samenhang.
Aan de noordzijde wordt de plek gedomineerd door het bestaande ‘schuurvormige’ volume.  Aan de zuidzijde wordt de plek geflankeerd door 2 nieuwe gebouwen, huisvesting gevend enerzijds aan de kleuterschool, anderzijds aan de uitbreiding van de lagere school, refter en polyvalente zaal.  Hun belangrijkste ruimten gericht naar de gemeenschappelijke plek. Een luifel van oost naar west verbindt de verschillende onderdelen met elkaar en voorziet tegelijk in een deel overdekte speelplaats. De architectuur heeft hier als doel het project met gewicht te ankeren aan de plek en de omgeving te vormen. Daarvoor moet de architectuur verstild zijn, en verhaal en retoriek in de vorm zien te vermijden.

De plek is hiërarchisch gestructureerd. Een centraal gemeenschappelijk ontmoetingsplein, omgeven door gebouwen. In zichzelf zijn de gebouwen ook hiërarchisch geordend, ontwikkeld vanuit een centrale ruimte, overdekt of open, gericht naar het centrale ontmoetingsplein. De gebouwen zijn samengesteld uit gediende en dienende ruimten.  De hiërarchie tussen deze ruimten is belangrijk.
De basis voor de uitwerking van de structuur ligt in dit contextueel ordeningsprincipe.  Evenwijdig met de straat worden structurele wanden geplaatst met een tussenafstand van 10.00 m en/of 15.00 m.  Deze wanden laten toe dat, in de dwarse richting, ruimtescheidende wanden onafhankelijk kunnen verschoven worden.  

Vanuit de logica van de fasering (de school moet blijven functioneren tijdens het bouwproces) is het vanzelfsprekend dat een eerste bouwvolume gesitueerd wordt op het sportveldje aan de zuid-oostzijde van het terrein. Op deze plek worden de 14 kleuterklasjes gesitueerd.
Na oplevering van het eerste bouwvolume, en na sloop van een deel van de zuidelijke ‘barakken’, kan een aanvang genomen worden met de bouw van het tweede bouwvolume.  Hierin worden de uitbreiding van de lagere school, de refter en gemeenschappelijke voorzieningen opgenomen.