392

ENKA

Ede
Opdrachtgever: 
Grondbank Bennekomseweg Ede cv (AM wonen en ASR Vastgoedontwikkeling)
Projectarchitect: 
Filip Delanghe
Projectteam: 
Filip Delanghe, Raven Rumes.
i.s.m: 
Lodewijk Baljon landschapsarchitecten en MWH-global
Periode: 
2005-heden (ontwerp), 2010-heden (supervisie / uitvoering)
Functies: 
wonen, werken, commercieel, onderwijs, zorg, reconversie
Programma: 
1428 woningen (grondgebonden en appartementen), 21.000 m² kantoren, 45.000 m² overige voorzieningen en 3900 parkeerplaatsen (deels in gebouwde voorzieningen).

Het stadsontwerp geeft richting aan de revitalisatie van het ENKA-terrein te Ede voor de komende 10 à 15 jaar. Bouwen aan het ENKA-terrein vraagt om de analyse van de aanwezige karakteristieken, én uiteindelijk om de intelligente ‘zet’ die zowel de huidige kwaliteiten van het gebied en omgeving versterkt, als nieuwe kwaliteiten toevoegt. Het stadsontwerp wordt door middel van 10 ambities omschreven:

1. De ENKA fabriek vormt het centraal zwaartepunt, het hart van het plan.

2. Integratie van de monumenten; de gebouwde monumenten ordenen de woonwijk.

3. Een homogeen gedifferentieerde woonwijk; de homogeniteit van de omgeving versterkt de uniciteit van het carré.

4. De ruimtelijke kwaliteiten van een beproefde tijdloze stedenbouwkundige karakteristiek vertaald in een eigentijdse woonwijk.

5. Gelaagde en hiërarchisch gestructureerde openbare ruimte.

6. Verbinding van het plan met de omgeving; ingepast in de omgeving.

7. Het groen als drager voor het plan; zowel integratie van bestaand groen als toevoeging van nieuw groen.

8. Ruimte om te wonen; herkenbare plekken.

9. Een woonwijk met eigen voorzieningen voor jongeren en ouderen.

10. Herkenbare 'ENKA'-identiteit, aansluitend bij de karakteristiek van Ede.

Het carré. De ommuurde werkplaats, de ENKA-fabriek, zal transformeren naar een ommuurde woonplaats, de gridstad. Het industriële verleden blijft herkenbaar aanwezig in de stedenbouwkundige contour van de fabriek met vier hoekaccenten, de architectonische opbouw van de contour, de rationaliteit van de opbouw van de bouwblokken en de inpassing van de monumentale bebouwing. De collectiviteit van de fabriek wordt verfijnd naar de individualiteit en herkenbaarheid van de kleinste korrel in het plan, de individuele woning. Het evenwicht tussen beiden vormt de zoektocht in de architectonische uitwerking van het plan. In het beeldkwaliteitsplan wordt de basis geschetst voor deze zoektocht.

Deelgebied AHet verkavelingsplan en het beeldkwaliteitsplan worden opgebouwd vanuit de ruimtelijke referentie van een Engelse tuinwijk. De voornaamste ruimtelijke kwaliteit van deze tijdloze stedenbouwkundige karakteristiek ligt verscholen in de manier waarop openbare ruimte wordt gemaakt. De reguliere stratenpatronen worden samengevoegd waardoor ruimtes ontstaan om rond te wonen, de hofjes. 
Door de ruimtelijke opbouw van het plan ontstaat een tweedeling in straten rondom het deelplan en de hofjes in het deelplan. Deze twee elementen vormen de belangrijkste ingrediënten om te komen tot het verkavelingsplan van het eerste deelgebied.
De straten kennen een rijk pallet aan verschillende sferen. Het zijn wijkontsluitingswegen, doorgaande wegen, verbindingsstraten, woonstraten,... De straten vormen met andere woorden de verbinding met de omgeving en dienen op deze te reageren.
De hofjes hebben de kwaliteit een woonomgeving te genereren binnen het semiopenbare karakter. Stratenpatronen zijn samengevoegd tot hofjes om rond te wonen, straten worden met andere woorden pleintjes. In de oksels van de hofjes worden parkeerkoffers ontworpen van hoge kwaliteit omdat deze voor de bewoners van het deelplan dagelijks gebruikt worden. 
Aan de verbinding tussen de woningen, straten, hofjes en parkeerkoffers wordt in het verkavelingsplan extra aandacht besteed en extra ruimte voorzien. Voor voetgangers en fietsers ontstaat op deze manier een fijnmazig netwerk van semiopenbaar karakter over en door hele plan.