© Monika Krzesiak
308

Eras

Tilburg
Opdrachtgever: 
Hurksbouw & vastgoed, Woonstichting TIWOS Tilburg
Projectarchitect: 
Geert Driesen
Projectteam: 
Geert Driesen, Christine de Ruijter, Eugène Bals, Elina Dekker, Dirk Pauwels.
i.s.m: 
Boshuizen bouwadvies
Periode: 
2000-2012 (ontwerp), 2005-2007 (uitvoering fase I), 2012-heden (uitvoering fase II)
Functies: 
wonen, commercieel, zorg
Programma: 
Ontwerp voor herbestemming en nieuwbouw in twee uitvoeringsfasen van: 112 appartementen, 18 grondgebonden woningen, 20 zorgappartementen, 24 groeps-zorgwoningen, 1.500 m² commerciële ruimten, 156 parkeerplaatsen en de inrichting van het openbaar gebied.

Herontwikkeling van het voormalig fabrieksterrein ERAS & Zonen. Stedenbouwkundig plan, alsook de architecturale uitwerking van een renovatie- en nieuwbouwproject.
Wat aan de basis ligt van de nieuwe onderlegger voor de plek is het schoolvoorbeeld van een industriële ontwikkeling, een landelijke typologie, een open bebouwing, samengesteld uit solitaire gebouwen of gebouwstroken in de open ruimte, die sterk in schaal verschillen. De ‘hoofd’gebouwen bevinden zich in het centrum van het terrein, de ‘bij’gebouwen ontwikkelen zich naar de randen toe. Oude tekeningen zijn beeldbepalend voor de nieuwe identiteit van het Eras-terrein.  Het blijft een betrachting om het terrein als één geheel vorm te geven, de verschillende onderdelen afzonderlijk bepalen de randen van, of/en zijn onderdeel van de zogenaamde stadskamer.

De oude gebouwen van de textielfabriek zijn in het hele ontwerpproces, met al zijn facetten toonaangevend. De planopzet volgt uit de oriëntatie en rationele opstelling van de fabrieksgebouwen, hierdoor wordt een identiteit medebepaald zonder al te historiserend te werk te gaan en zodoende een eigentijdse invulling en opzet vorm te geven. Karakteristieken zoals bouwhoogten, bebouwingsgraad en materialisatie vinden hun oorsprong dan ook in de originele ‘footprint’, die de fabriek was. Doordat het concept bestaat uit losstaande gebouwen kunnen we moeilijk spreken van klassieke voor- en achterkanten. Er is geen uitgesproken scheidingslijn tussen privaat en openbaar, alles vervaagt in een spel van bebouwd en onbebouwde ruimte.

De plandelen aan de randen, meer bepaald aan de Goirkestraat spelen in op de morfologie van vrijstaande woningen zoals wij die meer terugvinden langsheen deze weg. De doorgangen die ontstaan tussen de verschillende gebouwen nodigen de voorbijgangers uit om ook het binnengebied te bezoeken, zij vormen de verbinding tussen de eerder drukke ontsluitingsweg en het rustige achterin gelegen binnengebied. De bouwhoogten van de bebouwing langsheen de Goirkestraat worden geleidelijk opgedreven en terug afgebouwd tussen de Wittebollestraat en de Vanhogendorpstraat, dit om het nieuwe wijkgedeelte een eigen beeld te geven in de omgeving en tevens een hogere densiteit mogelijk te maken. 
De commerciële activiteiten binnen het plangebied zijn geconcentreerd aan de randen, meerbepaald langsheen de Goirkestraat, dit om mogelijke overlast in het binnengebied te beperken en de continuïteit van de commerciële activiteiten langsheen deze straat te verzekeren.