Keizerpoort
520

Keizerpoort

Gent
Opdrachtgever: 
Aclagro Development
Projectarchitect: 
Christine de Ruijter, bOb Van Reeth
Projectteam: 
Filip Delanghe, bOb Van Reeth, Christine de Ruijter, Marco Arts, Eveline Bossuyt, Elien Broeckx, Jan Degeeter, Sarah Goossens, Dennis Van Reeth, Jonas Van De Walle.
Periode: 
2009-heden (ontwerp)
Functies: 
wonen, werken, commercieel
Programma: 
Stadsinbreidingsproject in 3 fases, bestaande uit 130 appartementen, 3.000 m² commercieel programma en 5.000 m² kantoorprogramma met 400 parkeerplaatsen in een ondergrondse parkeergarage.

Het project Keizerpoort betreft een in 3 fases te bouwen stadsinbreidingsproject, bestaande uit 130 appartementen, 3.000 m² commercieel programma en 5.000 m² kantoorprogramma met 400 parkeerplaatsen in een ondergrondse parkeergarage.

Het project verzorgt de afwerking van een stedelijke inbreidingslocatie nabij de kern van Gent. Het is een deel van de wijk Ledeberg met een bijzonder hoog voorzieningenniveau van winkels, onderwijs en ontspanningsmogelijkheden en openbaar vervoer binnen loopafstand.

Het plangebied bevindt zich op de grens tussen het stedelijke weefsel van Ledeberg en het stedelijk gebied binnen het Keizersviaduct.

Er wordt aangesloten op de aangrenzende bebouwing, zowel in bouwhoogte als gebouwtypologie. De toekomstige autoluwe circulatie (voetgangers- en fietsroute) wordt opgenomen in het masterplan en maakt een verbinding tussen de Franse Vaart en de August Van Bockxstaelestraat door middel van een doorgang en een 'erf' met grondgebonden woningen. De Franse Vaart ter plaatse van het projectgebied wordt tot een autovrije zone omgevormd, evenals het woonhof tussen de Franse Vaart en de van Bockxstaelestraat en de Doorgang Der Hallegasten, deze worden ingericht als zone voor voetganger en fietser.

De gevel aan de Brusselsesteenweg wordt doorgezet en krijgt ter hoogte van de Franse Vaart een hoogteaccent in de vorm van een torengebouw, die de toegang tot de binnenstad vanuit Ledeberg markeert, én de kop van het bouwblok en de nieuwe ontwikkeling herkenbaar maakt.

Er wordt in het project gestreefd naar het maken van een onderdeel van een 'Europese' stad, bestaande uit bouwblokken die bestaan uit afzonderlijke herkenbare, maar coherente gebouwen, met bijbehorende bebouwingsregels.

De architectuur kenmerkt zich als een terughoudende, op de context gebaseerde, alledaagse woonbebouwing. De gebouwen worden opgetrokken in baksteen, natuursteen, architectonisch beton en metaal voor het schrijnwerk en hekwerken, materialen die het vermogen bezitten op een mooie manier te verouderen.

De gebouwen, waaruit de bouwblokken bestaan, zullen worden geconcipieerd als flexibele structuren die door hun overmaat op verschillende manieren bruikbaar zullen zijn én blijven. De bouwblokken zijn geopend naar de Franse Vaart, waardoor zichtlijnen tussen de openbare en de collectieve buitenruimte open blijven.

De gelijkvloerse verdieping wordt benut door een klein tot middelgroot commercieel programma. Boven deze functies primeert de woonfunctie, in de vorm van appartementen in verschillende grootte en eengezinswoningen over meerdere lagen, gekoppeld aan de (verhoogde) maaivelden.

De verkaveling bestaat uit een nieuw stuk 'stad'. Stedelijk wonen betekent collectief wonen, d.w.z. met andere stedelingen. Sociale veiligheid binnen deze samenlevingsvorm veronderstelt zichtbaarheid van de collectieve tuinruimtes (en daarmee van de tuinen die aan de verhoogde maaivelden liggen) door de omliggende appartementen. De gemeenschappelijke en private tuinen zijn op de Franse Vaart en de groene ontwikkeling aan de overkant van de Franse Vaart (Cotton Island)  georiënteerd. De daken worden ingericht als groendaken, het dak van Aldi wordt ingericht als verhoogde tuin, die als waterbuffer zullen fungeren en het regenwater gefilterd en met vertraging zullen afvoeren naar de Franse Vaart.