© Monika Krzesiak
169

Leieboorden

Kortrijk
Opdrachtgever: 
Sobifac nv
Projectarchitect: 
Ilse Van Berendoncks, Filip Delanghe, bOb Van Reeth
Projectteam: 
Ilse Van Berendoncks, Filip Delanghe, bOb Van Reeth, Jan Verrelst, Jo Berben, Filip Deprez, Dirk Janssen, John Stack, Carl Verdickt, Lieve Werckx.
Periode: 
1990 (ontwerp), 1998-2004 (uitvoering)
Functies: 
wonen

De bebouwing langs het Guido Gezellepad volgt de loop van de Leie. De Kleine Leiestraat loopt in helling stadwaarts langs een nieuw openbaar en autovrij plein. De straat wordt van dit plein afgeschermd met een groen scherm van leilinden. Bovenaan de Kleine Leiestraat, aan de oostzijde van het plein, wordt een kleiner gebouw geplaatst. Dit gebouw markeert de ontbrekende pleinwand. De zuidelijke pleinrand is een keermuur, waarboven men de Interieurtuin ziet. De interieurtuin wordt toegankelijk gemaakt met een nieuwe trap vanaf het plein. Achter de keermuur bevinden zich de doorrit naar de buitenparking en de inrit naar de garage. De westzijde van het plein wordt gevormd door een gebouw dat analoog is aan dat langs de Leieboorden. Achter dit gebouw ligt de tweede beschermde tuin: de Tuin van Messeyne.
De sfeer van het plein is open en stedelijk, en is te vergelijken met de sfeer van Engelse crescents. De sfeer in en rond de Messeynetuin is eerder rustig en geborgen. Het betreden van dit groene binnengebied gebeurt via zogenaamde ‘sassen’ of drempels, namelijk nauwe onderdoorgangen. Die passages en onderdoorgangen zorgen er bovendien voor dat het project ‘doorkruist’ kan worden, waardoor het zich eens te meer inschakelt in het stedelijk weefsel.
In het binnengebied, uitkijkend op de Messeynetuin, staat een vrijstaand volume van baksteen en glas. De achterzijde van het lyceum wordt ‘bekleed’ met een vijfde, ondiep en eenzijdig georiënteerd gebouw, ter beëindiging van het project.
Aan de Groeninghestraat tenslotte wordt het Huis van Messeyne gerenoveerd. Een belendend pand wordt gesloopt en vervangen. Zo vult het project de rij aan van renovaties langsheen de Groeninghestraat zoals de twee panden Masureel, alias de OMOB-kantoren, het Huis Dumoulin, alias Interieur, het oud Medisch Centrum Bond Moyson en de restauratie van de ‘Arme Klaren’.

De gevels zijn rustig en klassiek opgebouwd met een strikt vocabularium van architecturale elementen. Alle gebouwen hebben eenzelfde typologie ter versterking van de onderlinge samenhang en de eenheid van het project. De ‘buitengevels’ van het project worden op voorstel van de stad wit bepleisterd conform de 19e-eeuwse stedelijke gevels zoals centrumwaarts langs de Leie. De ‘binnengevels’ van het project worden uitgevoerd in oranjerode baksteen. Baksteen is een typisch streekproduct van het Kortrijkse. Baksteen wordt ook voorgesteld voor de verharde delen van de terreinaanleg binnen het project.