611

Neerland

Wilrijk
Opdrachtgever: 
Bouw en Promotie Neerland
Projectarchitect: 
Geert Driesen
Projectteam: 
Geert Driesen, Bob Van Abbenyen, Theo van de Beek, Peter Van doninck, Antrees Engelen, Yana Van Ingelgem, Martijn Kruijf, Raven Rumes, Stef Verhees, Tim van der Wegen.
Periode: 
2012-heden (ontwerp)
Functies: 
wonen, reconversie
Programma: 
Ontwerp van een drietal appartementsgebouwen en grondgebonden woningen.

Ontwerp voor drie appartementsgebouwen en grondgebonden woningen op een ondergrondse parkeergarage en het ontwerp voor de inrichting van de openbare ruimte. De gebouwen worden ingepast in het onderliggende stedenbouwkundig plan van Secchi–Vigano. Evenwicht zoekend in schaal, tussen grondgebonden en appartementen, hoog en laag, doorzicht en massa. Gebruikmakend van een beperkt pallet aan duurzaam materiaal en kleur voor harmonie en eenheid, zorgen de verschillende raamopeningen, terrassen, hoek- en dakoplossingen voor subtiele variatie en daarmee eenduidig- en herkenbaarheid van de verschillende onderdelen.

De grote appartementsgebouwen zijn opgevat als bolwerkmodellen; compacte volumes rondom een collectieve binnentuin (schil en pit), centraal ontsloten zodat activiteit op het binnenterrein wordt gegarandeerd. Het kleine appartementsgebouw betreft een gehalveerd bolwerkmodel dat een semi-openbaar plein omsluit. De schaal en maat van de gebouwen laten voldoende lucht en licht in de binnenpit toe. De (beperkte) structurele maat van de rand geeft aan dat alle woningen als doorzon-type uitgevoerd worden; zowel de (collectieve) binnenpit als het (openbare) buitengebied worden opgeladen met levendige functies en nodigen uit tot diverse vormen van al dan niet gezamenlijk gebruik. De bolwerken zijn langs twee zijden toegankelijk: aan de relatief hoge noordkant met een flauwe helling en aan de lage zuidkant met treden in de vorm van een stadstrap. 
Op de hogere verdieping draagt de speelse onderbreking en afbrokkeling van het profiel bij tot de lichttoetreding op het binnengebied en de appartementen op de onderste bouwlagen, alsook tot een gevarieerde en speelse overgang naar de schaal van de grondgebonden woningen toe. De binnenpit wordt uitgevoerd in een bepleisterde gevel (licht weerkaatsend), de buitengevel in metselwerk; robuust en tijdloos. Het belangrijkste uitgangspunt is het maken van een intelligent casco van dragende schijven en gevels, dat in een grote mate van flexibiliteit in huidig en toekomstig gebruik voorziet. Alles wat niet casco is, is invulling. Invulling kan altijd veranderen naarmate tijden en behoeften veranderen.

Een deel van de gegeven context is het ruime scala aan groene ruimtes: de Krijgslaan en het park. Door de permeabiliteit van de ontworpen bouwzones reiken beiden zones visueel en fysiek op genereuze wijze naar elkaar uit en kunnen er diverse groene tussengebieden ontstaan. De groen- en waterstructuren vormen niet enkel een ecologische waarde, maar geven de stad ook de gewenste aantrekkelijke verblijfssfeer in diverse openbare parken, pleinen, lanen en tuinen en collectieve binnenhoven, allen met een eigen karakter en sfeer: groot en solide aan de Krijgslaan, klein en frivool aan de parkzijde. 
Dwars op het plangebied – over de straten met de sterkste hellingsgraad – worden tussen de Krijgslaan en de wadi in het park afwateringskanalen geïntegreerd in het ontwerp van de openbare ruimte. Deze verhogen niet alleen de kwaliteit en de beleving van de leefomgeving, ze dragen ook bij aan de bewustwording van een duurzame omgang met natuur en materiaal.