© Niels Donckers
270

Noordereiland

Rotterdam
Opdrachtgever: 
Maatschap Noordereiland nv
Projectarchitect: 
bOb Van Reeth, Jan Verrelst
Projectteam: 
Geert Driesen, bOb Van Reeth, Jan Verrelst, Bernard Bierten.
i.s.m: 
Pieters projectbureau
Periode: 
1998 (ontwerp), 2000-2002 (uitvoering)
Functies: 
wonen
Programma: 
213 appartementen, 3.000 m² commerciële ruimtes, een buurthuis en een parkeergarage voor 160 auto's.

Toen awg in de zomer van 1998 gevraagd werd een ontwerp te maken voor het nieuwe woningcomplex, herkende het op het Noordereiland 'de eerlijke sfeer van gesloten bouwblokken die worden doorsneden door assen, waaraan publieke tuinen en parkjes liggen'. 'Een aangename ambiance, die met name wordt veroorzaakt door een openbare ruimte waar aanleiding is voor sociale contacten'.

In het ontwerp tracht awg de sfeer van deze binnenpleinen voort te zetten. Dat gebeurt enerzijds door tussen de nieuwbouw de contouren van het lommerrijk, openbaar Prins Frederikplein te vrijwaren en anderzijds door temidden van de woningen ‘verhoogde private tuinen voor gemeenschappelijk gebruik’ te voorzien.

Het werd uiteindelijk het prijswinnende ontwerp voor dit deel van het Noordereiland. 'De intieme sfeer van de openbare ruimte, waarrond gewoond wordt, was een eerste belangrijk uitgangspunt. Dat werd trouwens bevestigd door de stedenbouwkundige randvoorwaarden opgemaakt door het projectbureau Kop van Zuid. Daarnaast was er het zoeken naar een manier om aan te sluiten met de bestaande omgeving, om betekenisvol om te gaan met het gebouw. Je moet dan op een gepaste manier rekening houden met het beschermde stadsgezicht. We hadden daarbij voorbeelden. Desondanks het feit dat tijdens de oorlog een deel van het Noordereiland werd vernield, was een overgroot deel authentiek achtergebleven. Daar konden we ons aan spiegelen, ook wat de hoogte van de bebouwing betreft.'

'Langs de drukke Brugweg en de Maaskade krijgt het gebouw een forsere schaal dan de rest van het gebouw, om aan te sluiten op het grootstedelijk niveau. Nadrukkelijke dakgoten refereren wel aan de bestaande gebouwhoogten op het eiland, maar daar bovenop wordt een schuin dak dat iets terugligt gerealiseerd. Tot de kroonlijst zijn vijf lagen voorzien met een totale hoogte van 17.5 meter, in het schuine dak komen nog eens twee verdiepingen. Verder hebben we de hoeken extra accent gegeven. Erachter sluiten we wat hoogte betreft echter aan op de bestaande bebouwing.' Dat die extra accenten zijn gezet verklaart awg als volgt: 'Het gebied is herkenbaar door de Hef en De pylonen van de Willemsbrug. Door de schaal ambieert het bouwblok aan te sluiten op deze elementen. Maar door de terughoudende architectuur, de eenvoudige en rustige (strakke) vormen, dringt het gebouw zich niet op. Het is geen architectuur die staat te roepen: ‘hier ben ik’. Wat dat betreft is dit specifieker dan andere projecten op de Kop van Zuid, waar men met fictieve leegtes is begonnen. Hier moet je een bestaande bebouwing respecteren.'

De  materialen die worden gebruikt zijn eveneens met zorg uitgezocht. 'Ze grijpen terug op wat op het eiland bestaat. Rode baksteen, bepleistering, zink en glas. De buitenste gevels zijn van baksteen, de gevels rondom de verhoogde binnenpleinen worden bepleisterd om het geheel helderder te maken. Op deze bepleisterde gevels wordt het zonlicht weerkaatst wat de binnenpleinen een aangename sfeer bezorgt. Ook de aankleding van het Prins Frederikplein sluit aan op de rest van het eiland.'