Overvecht
408

Overvecht

Utrecht
Opdrachtgever: 
Mitros Projektontwikkeling bv
Projectarchitect: 
Christine de Ruijter
Projectteam: 
Christine de Ruijter, Robin Allaer, Gill Bruggeman, Maarten Dumortier, Vicente Serra Sirerol, Maarten Verdonschot.
Periode: 
2010-2011 (ontwerp), 2012-2014 (uitvoering)
Functies: 
wonen
Programma: 
2 appartementenblokken met in totaal 200 appartementen, 42 maisonettes / 'rugzak'-woningen en 52 grondgebonden woningen. Bovengrondse parkeergarage van 2x140 plaatsen.

Overvecht is één van de 40 als probleemwijk (Vogelaarwijk) aangeduide woonwijken in Nederland, waarmee de aanzet werd gegeven tot een stevige integrale aanpak (ruimtelijk, sociaal-economisch-maatschappelijk) met ondersteuning op nationaal niveau.

Het stedenbouwkundig plan Overvecht heeft een karakteristieke opbouw. Er wordt onderscheid gemaakt tussen bebouwing in het groen en bebouwing in zogenaamde ‘stempels’. De stempels vormen compacte woonbuurtjes met eenzelfde hoofdopzet maar met een variërende invulling. Als een molenwiek zijn een ‘hoeksteen’ en 3 velden rondom een gemeenschappelijk plein georganiseerd. De hoeksteen, telkens in het noorden, bevat de hoogbouw (tot 10 lagen). De velden zijn kleine buurtjes met een samenhangende structuur en een mix van middenhoogbouw en laagbouw. Het plein is steeds gereserveerd voor bijzondere (gemeenschappelijke) functies. De Maria van Hongarijedreef is één van die velden en grenst direct aan het stationsgebied Overvecht. Het is het eerste gerealiseerde vernieuwingsproject in de wijk en zal daarom als ‘vliegwiel’ voor verdere (her)ontwikkeling van de wijk moeten fungeren.

Voor woningcorporatie Mitros heeft awg een plan gemaakt voor vervanging van de 6 verouderde 5-laagse portiekflats. Daarbij is bewust gekozen voor het loslaten van de oorspronkelijke strengheid en homogeniteit van het veld maar tegelijkertijd ook vóór behoud van samenhang.

Om de stedenbouwkundige structuur te versterken

- zijn de randen van het veld zoveel mogelijk bebouwd;

- zijn aan de buitenranden zoveel mogelijk woningentrees gesitueerd;

- is variatie/differentiatie in eenheid gezocht;

- zijn binnenstraten niet in het verlengde van bestaande woonstraten gesitueerd;

- en is een kleinschalig binnengebied op het niveau van het buurtje gemaakt.

Het gehele gebied is 0,5 m omhoog gebracht waardoor een verhoogde margestrook rondom het veld de samenhang versterkt en een buffer tussen openbaar en privé creëert. In een continue, samenhangende gevelwand aan de randen zorgen enkele terugspringende gevels voor variatie. De hoogste volumes staan op de hoeken van het veld en bouwen af richting het binnengebied. De rijtjes grondgebonden woningen aan de buitenrand maken de overgang tussen de middenhoogbouw van de appartementen en de laagbouw in het binnengebied. 3-Laagse hoeksteentjes met daartussen 2-laagse woningen met kap en dakkapellen met doorgetrokken (‘Vlaamse’) gevels zorgen voor continuïteit in massa en gevelwand.

In de appartementenblokken zijn gebouwde parkeervoorzieningen, geheel ombouwd, meegenomen. Hier­door ontstaan op de eerste verdieping verhoogde maaivelden die extra (woon)kwaliteit aan de appartementen toevoegen.