080

Paardenmarkt

Antwerpen
Opdrachtgever: 
Dhr. & Mevr. Van Reeth - Franck
Projectarchitect: 
bOb Van Reeth
Projectteam: 
Geert Driesen, bOb Van Reeth, Marc Van Bortel, Chris Poulissen, Wim Rooze.
Periode: 
1982-1986 (ontwerp), 1986-1989 (uitvoering)
Functies: 
wonen, werken
Programma: 
Woongebouw met ruimte voor kantoor en met stadstuin.

Fragment uit Architectuur is niet interessant, Willem Koerse in gesprek met bOb Van Reeth, Antwerpen-Baarn, 1995

 

Dat is het verhaal van de Paardenmarkt – door er op die manier bij te gaan staan geef je alles een steuntje. Hetzelfde gebeurde indertijd met het college. Ik  vrees dat als je het niet zo doet, dat het inderdaad met dat bijzonder vluchtige te maken heeft.
Als je de gelijktijdigheid neemt van de woning Van Roosmalen en mijn huis op de Paardenmarkt, dan lijkt het onverklaarbaar dat eenzelfde schizofreen type ze gemaakt heeft. Terwijl ze eigenlijk uitgaan van dezelfde strategie, van dezelfde gevoeligheid van de plek, dat wil zeggen van een accentuering van sommige elementen in de stad, en het is dát accent dat geresulteerd heeft in twee heel verschillende gebouwen. Toch blijven beide hetzelfde door onze aanpak van de stad. Waar Van Roosmalen heel polemisch zegt, ‘gvd, voor mijn neus gaat er nooit iets gebouwd worden, ik sta hier en het wordt tijd dat iedereen ziet dat de stroom deel uitmaakt van de stad en dat wij hier als rand deel uitmaken van die stroom’ vindt op de Paardenmarkt precies het omgekeerde plaats. Hier stonden drie van die verloederde woningen en ik heb bijna dezelfde gevel nagebouwd. Ondertussen zijn al twee andere gevels in de buurt ook schoongemaakt.
Ik ben er absoluut van overtuigd dat iets verbeterd kan worden. Alleen is het nogal afhankelijk van de schaal waarop dingen gebeuren – als je spreekt van een gat in de straatwand, dan kan die verbetering zeer groot zijn, omdat dat waar het van uitmaakt niet echt bedreigd was door het al of niet aanwezig zijn van dat gat. Er ligt hier al jaren een gat op de Paardenmarkt – het zou een hele verbetering zijn mocht daar iets komen, alleen wat er moet komen zou wel iets moeten zijn dat aansluit bij het leven van de Paardenmarkt. … Je kan een situatie verbeteren zonder betweterig te zijn; meestal moet er niet veel veranderen om te verbeteren. Je moet er als ontwerper bewust van zijn dat je niet te veel doet, dat je zo weinig mogelijk doet en dat je soms zelfs niets hoeft te doen. Maar daar ben je nou precies niet in opgeleid! Ik mag er niet aan denken wat er met de Paardenmarkt zou gebeuren, als een ontwerper de opdracht kreeg om die straat opnieuw aan te leggen. Kijk, ik wil niet verdacht worden van architectuur. Laten we eens en voor altijd (lukt toch niet) het misverstand uit de weg ruimen alsof AWG bezig zou zijn met architectuur. Wij maken geen architectuur, wij maken gebouwen, verzamelingen van gebouwen, omgevingen dat we met een alledaagse, emotieloze precisie (en door minimale ingrepen) betekenisvol proberen te maken. Wij proberen dat te doen met zo weinig mogelijk materiaal, maar wel zorgvuldig, en met zo weinig mogelijk werkuren zowel voor de uitvoerders als voor onszelf, maar wel met visie. Wat niet wil zeggen dat we niet op zoek zijn naar architectuur, dat we niet zouden hopen dat onze gebouwen tot het instituut architectuur gaan behoren. Maar we zoeken niet in de architectuur, eerder in de periferie van de architectuur. We zoeken in het vak, in de techniek, de grondstoffen, de materialen, de industrie, de actualiteit, de geschiedenis, het banale alledaagse, de taal, de muziek… We kijken alle kanten op, het liefst in zoveel mogelijk richtingen tegelijk. We proberen te begrijpen wat Vandaag is, wat Vandaag overleven is. Overleven is vooruitgaan (wat anders is dan progressief) ervoor te zorgen dat je verder kan leven. Dat betekent dus dat je nu niet te veel vastlegt, zodat het je morgen alleen maar hindert. Dat betekent ook dat alles wat je nu maakt, hoewel volledig, toch altijd onaf is, en indien af, dan onvolledig.