284

Ripperda

Haarlem
Opdrachtgever: 
Ontwikkelingscombinatie Ripperda (Ymere, Slokker, HMV)
Projectarchitect: 
Christine de Ruijter
Projectteam: 
bOb Van Reeth, Christine de Ruijter, Jeroen Dirckx, Simone Van Gemert, Seda Malef, Maarten Verdonschot.
i.s.m: 
Saarberg, Van der Scheer & Partners, Haarlem
Periode: 
1999-2001 (masterplan), 2001-2006 (architectonisch ontwerp), 2007-2009 (uitvoering)
Functies: 
wonen, werken, zorg
Programma: 
Masterplan en architectonisch ontwerp voor 230 woningen op een voormalig kazerneterrein.

Ripperda betreft de herbestemming van 19e-eeuwse militaire gebouwen en nieuwbouw van woningen en appartementen op een voormalig kazerneterrein. Het kazerneterrein van 7,5 ha groot ligt in het centrum van Haarlem.

Het plan voor de Ripperda kazerne is een schakeling van openbare ruimten, kamers, met elk hun schaal, karakter. Net zoals de monumentale kazernebebouwing zal ook de toegevoegde nieuwbouw en de gevormde openbare ruimte volgens een oplopende hiërarchie te rangschikken zijn. De hiërarchie vertaalt zich zowel in de samenhang van oud en nieuw, de positionering van de bouwmassa’s, de massaverhoudingen evenals in de architecturale uitwerking. Het stedenbouwkundig plan heeft tot doel de monumenten in hun waarde te versterken. De nieuwbouw wil binnen de hiërarchie van de kamers evenwaardig deelnemen. De bebouwing aan weerszijden van het exercitieterrein is niet ondergeschikt aan het hoofdgebouw. De flankerende bebouwing geeft samen met het hoofdgebouw vorm aan de belangrijkste publieke ruimte: het exercitieterrein.

Het exercitieterrein zet de toon van het project, zet het project in de stedelijke structuur, verknoopt de enclave in het geheugen en aan de historische betekenis van Haarlem als garnizoensstad. Het grote plein is stedenbouwkundig stabiliserend voor het project, plaatst de gehele enclave als stedenbouwkundig monument in de stad. Het hoofdgebouw beheerst het voorplein. De nieuwe randbebouwing langs het plein vervolledigt de intenties ervan. Symmetrie is hier de regel.  Asymmetrie de uitzondering.

Het hoofdgebouw is aan de achterzijde bepalend voor de bouwvolumes die er ruimtelijk nodig zijn om de Grinthof af te bakenen en de monumentale boom plaats te laten. De volumes en de allure van de bebouwing langs het plein en het hof zijn afgeleid en ondersteunend aan de présence en monumentaliteit van het hoofdgebouw. De aanleg van de open ruimte welke zij omschrijven moeten met dezelfde zorgvuldigheid erop aansluiten.
De strenge geometrie van het plein en de bebouwing ervan wordt des te spannender door de verstrooide plaatsing van de bijgebouwen. De verschoven as van de manege geeft aanleiding tot een lossere geometrie als onderlegger voor de overige plandelen en ‘toevallige’ aansluitingen met de omliggende straten. De bestemmingen van de bouwvolumes laten zich afleiden uit de rol die ze spelen in de stedelijke context en discours al naargelang de tijd er doorheen leeft.

Het kazernecomplex is gefaseerd tot stand gekomen, waarbij verschillende stijlen zijn toegepast die niettemin met elkaar harmoniëren door verwant materiaal-, vorm- en detailgebruik. De nieuwbouw is een volgende stap in de gefaseerde geschiedenis van de site. Het gaat hierbij niet om het imiteren van een stijl of bouwkundige verwerking. Het gaat over het juiste vervolg van een denken en werkwijze. Een aanpak die destijds juist was en dus een architectuur en bouwmethode die ook nu juist op tijd is en de aspiraties van vandaag vertolkt.