165

Uitgeverij Goede Pers

Averbode
Opdrachtgever: 
Uitgeverij Goede Pers
Projectarchitect: 
bOb Van Reeth
Projectteam: 
bOb Van Reeth, Ludmilla Asselman, Filip Deprez, Chris Poulissen, John Stack.
Periode: 
1990-1992 (ontwerp), 1992-1993 (uitvoering)
Functies: 
werken
Programma: 
Kantoorgebouw voor uitgeverij Goede Pers.

Het nieuwe kantoorgebouw van de uitgeverijen van Averbode past zich bijzonder welvoeglijk in binnen de hiërarchische aanleg van het kloosterdomein. Binnen de abdijmuur zijn er de residentiële gebouwen van de abdij en er zijn de dienstgebouwen. De residentiële en representatieve gebouwen zijn hoog gelegen. De dienende gebouwen zijn als het ware gegroeid langs de abdijmuur. De verblijfsgebouwen en de kerk zijn met zorg voor esthetica opgetrokken, getuigend van de tijdsgeest van het moment dat ze werden ontworpen. De dienstgebouwen zijn opgetrokken in een vernaculaire heemse bouwstijl en materiaalbehandeling.

Geconcipieerd als een gewoon rechthoekig gebouw met zadeldak, typologisch verwant met de Kempische hoevebouw, vormt het een nieuwe schakel in de reeks dienstgebouwen die zich tegen de helling aan de voet van het kloostercomplex uitstrekt. Langs de muur, langs de sloot, herstelt het de muur die het tevens gebruikt. 
In de familie van vernaculaire gebouwen zijn er grote verschillen, elk gebouw of gebouwtje is anders - met eigen identiteit, eigen kleur, eigen materialen, eigen detaillering. Die diversiteit doet geen afbreuk aan de schijnbare zorgeloosheid van hun samenhoren. De muur, de daken, de bakstenen, de verschillende kleuren, hun eenvoud en robuust karakter houden ze onderling verbonden. Bij deze familie wil dit nieuwe gebouw horen. Vandaag, niet door hen te imiteren, maar door hedendaags gebouwd te zijn, met dezelfde eerlijkheid, met dezelfde houding, dezelfde intenties. 

Uitgevoerd in donkerbruine baksteen en afgedekt met een loden dak, verschijnt het als een sober, ingekeerd volume dat nauwelijks afsteekt tegen de achtergrond van het omgevende bos.  Het concept werd ingegeven door de economie van het elementaire en het duurzame. De plattegrond bestaat uit een gelijkmatige schikking van kantoren, vergader- en dienstlokalen om een rechthoekige, zenitaal verlichte traphal. Het aantal materialen werd tot een minimum beperkt, ze werden geselecteerd op grond van hun kwaliteit en met consequente logica aangewend. Zo bevat het metselwerk geen betonnen lateien maar worden de raamopeningen overspannen door middel van rollagen gewapend met staven uit roestvrij staal. Dit materiaal vormt ook een draagstructuur van de glazen trap, een constructie die het zenitale licht tot op de begane grond laat doordringen. Het nieuwe gebouw is toegankelijk via de hal van het oude kantoor waar het bij aanleunt.