585

Wetteren aan de Schelde

Wetteren
Opdrachtgever: 
Schelde Landschapspark NV
Projectarchitect: 
Filip Delanghe, bOb Van Reeth
Projectteam: 
Filip Delanghe, bOb Van Reeth, Marco Arts, Theo van de Beek, Antrees Engelen, Raven Rumes, Vicente Serra Sirerol.
i.s.m: 
OKRA Landschapsarchitecten
Periode: 
2012-heden (ontwerp)
Functies: 
wonen, werken, commercieel
Programma: 
Stadsontwikkeling aan de Schelde.

Stadsontwerp Wetteren aan de Schelde. De belangrijkste stedenbouwkundige principes zijn: Wetteren aan de Schelde, hoe hoger je bent, hoe sterker de band met het water; Verbinding tussen Wetteren en Overschelde, een netwerk van belangrijke openbare ruimtes; Wetteren als poort van het ScheldeLandschapspark; Meervoudige verbindingen tussen Markt en Schelde; Scheldekaai als groene woonkade; Herstellen van de bouwblokken, afbouwen van het stedelijk weefsel; Een sterke identiteit voor Wetteren.

De parkeergarage is uitgezet op een raster van 8m10 x 8m10. De garage bestaat uit een balken en kolommenstructuur. Het kantoorprogramma heeft een gelijke structurele opbouw van balken en kolommen. De woongebouwen hebben een structuur van dragende betonwanden met betonnen vloerplaten. 

Bij het ontwerp van de gebouwen is de benadrukking van het stenige, stedenbouwkundige volume het uitgangspunt geweest om de gevelopeningen een plek en afmeting te geven. De gebouwgevels passen zich in binnen de directe gebouwde context. Zij staan in een traditie van baksteenbouw, gevels die schijnbaar zelfdragend zijn, waarin openingen en ritmering van deze gevels vormen. De gevelopeningen benadrukken de verticale perceellering van de gebouwen en de archetypische indeling in plint, lijf en kop, de gebouwbeëindiging. De drie gebouwen – gebouwensembles krijgen in gevelcompositie en -detaillering een verschillende uitwerking waardoor diversiteit binnen de eenheid kan verkregen worden. In het plan zijn alle platte daken toegankelijk voor publiek of worden de platte daken ingezet als dakterrassen voor de aanliggende appartementen. Op de hoogste punten van de gebouwen wordt de dakvorm gemaakt door een zadeldak. 
Het algemeen motto ten aanzien van materiaalgebruik is ‘hoe minder (verschillend) materiaal, hoe beter’. Baksteen is het dragende thema met betrekking tot de materialisatie van het plan. Dit is in eerste plaats als aansluiting op de historische context waarbinnen het plan gelegen is. De keuze voor één gevelmateriaal, baksteen, als hoofdmaterialisatie van het plan, versterkt de eenheid binnen de gehele planopzet, onderstreept de continuïteit van heden en verleden. 

Afhankelijk van de positie in het plan zijn de buitenruimtes (half) inpandig of uitpandig. Loggia’s worden toegepast waar de robuustheid en massiviteit van de bebouwing belangrijk is. Op het niveau van het verhoogde maaiveld wordt aansluitend aan de gebouwen een tuinzone voorzien. De erfafscheiding van de tuinen zijn bouwkundig. De erfafscheidingen zijn daarmee dus expliciet onderdeel van de architecturale ontwerpopgave.