Zuidpoort Delft© Theo van Leur
273

Zuidpoort

Delft
Opdrachtgever: 
MAB Development Nederland
Projectarchitect: 
Filip Delanghe
Projectteam: 
Filip Delanghe, Marleen Meulenbergs
i.s.m: 
O'Donnel + Tuomey Architects, Vera Yanovtshinsky Architecten
Periode: 
1998-2003 (ontwerp), 2004-2006 (uitvoering)
Functies: 
wonen, commercieel

Het stedenbouwkundig plan voor het kerngebied Zuidpoort wordt gedragen door twee pleinen, verschillend in aard, vorm, thema en functie maar elk met een zeer eigen herkenbaarheid, conform de traditie van de huidige Delftse pleinen.

Eerst is er het hoofdplein met een duidelijk gedefinieerde en geometrische vormidentiteit. Dit plein moet vooral een voornaam plein zijn, een plaza, met een sterk openbare uitstraling. Het plein als ontmoetingsplaats, als forum. Zoals je via de entree het huis betreedt, wordt dit plein - met een noord-zuid oriëntatie - de poort, de vestibule naar de historische stadskern. Als entree naar de binnenstad krijgt dit plein een nadrukkelijke winkelfunctie en wordt daarmee - samen met de onderliggende parkeergarage - het bronpunt voor de belangrijke noord-zuid winkelroute van en naar het stadscentrum.

Daarnaast is er het kleinere, intiemere en ongedwongen ‘cultuurplein’. Dit ingegroeide plein wordt het knooppunt van de verschillende geplande culturele activiteiten rondom (theater, bioscoop, stedelijke bibli­otheek en galerijen).

Het winkelplein heeft een ruime maat van ongeveer 70 bij 35 meter en dus een verhouding van één op twee. De omringende nieuwe gebouwen - blokken 5 en 7, de nieuwe pleinwanden - hebben een kroonlijsthoogte van 17 meter en daarmee staan ook zij in een verhouding van één op twee ten aanzien van de diepte van het plein. De maatvoering (plan / hoogte) van het plein gebeurde enerzijds op basis van een stedenbouwkundige vorm- en verhoudingsanalyse (historische referenties) en anderzijds op basis van een analyse van zichtlijnen en perspectieven ten aanzien van de leesbaarheid en perceptie van de winkelfronten (aantrekkingskracht, continuïteit winkelrouting, pleinoversteek en oriëntatie).

Problematisch bij de vormgeving van het winkelplein was de vierde pleinwand, oftewel het zogenaamde ‘Haak­pand’. Dit gebouw – geen deel van het eigenlijke plan - is ons inziens niet in staat om op adequate wijze het plein mee vorm en uitstraling te geven. Deze gevel kan niet de welkomsgevel, het uithangbord zijn van de stad.

Ter oplossing van het hierboven gestelde probleem werd – bij wijze van sluitstuk - een paviljoen­gebouw in het plan geïntroduceerd.

De oplossing moest worden gezocht in het organiseren van een brandpunt, met andere woorden het ‘aantrek­ken en afleiden van de aandacht’ bij het betreden van het plein, eerder dan te verbergen. Het spel van voor- en achtergrond, van speler en decor zou beide – paviljoen en Haakpand – in hun waarde stellen, kunnen versterken. In zijn verfijning moet het paviljoen het verschil in massa met de omringende pleinwanden compenseren. Dat dit ‘focuspunt’, het paviljoen, een volwaardig gebouw en zelfs een gebouw met een publieke functie moet zijn, is voor ons helder.

Boven op de dubbelhoge winkelplint wordt gewoond. Het wonen gebeurt in drie lagen rondom verhoogde binnenpleinen, hoven. Deze hoven worden ontsloten middels buitentrappen vanaf het maaiveld. Door de binnengebieden van de bouwblokken – zorgvuldig aangeplante verblijfsruimten - te ontsluiten, worden ze aan de openbare ruimte toegevoegd. Het interieur van de bouwblokken wordt daardoor ook exterieur. Achterzijde wordt voorzijde. Door de dubbelgerichtheid wordt het mogelijk om binnen het gegeven van het bouwblok toch de structuur van de gebouwen zelf te herinterpreteren: binnen een eenduidige structuur kan een diversiteit aan kopse woningen, brede-gevelwoningen en rug-aan-rug woningen gemengd worden.

Woningen kunnen uitkijken op de straat, op het binnenhof of beide, ontsluitingen kunnen divers georganiseerd worden wat een hulp zal zijn om galerijontsluitingen tot een minimum te beperken. De dubbelgerichtheid wordt straks een middel voor intensief ruimtegebruik.

De vorm van het cultuurplein is het resultaat van de betrachting om enerzijds het theatergebouw opnieuw op te nemen in het stedelijk weefsel en anderzijds het opzetten van een oost-west beweging vanaf het station, doorheen het gehele plan, richting Oostpoort. Ook hier wordt een sterke homogeniteit beoogd door de architecturale zorg voor de gebouwen. Het ‘cos­metisch’ herwerken van de gevel van het Hoogovenpand is hier wezenlijk onderdeel van.

Aan de zijde van de Zuidwal worden de massa’s van de bovenbouw ingesneden. Dit is van bijzonder belang om het grenseffect van het Zuidpoort-project te reduceren. Samen met de nieuwe bebouwing langs de Sebas­tiaansbrug (Blok 10) moet het Zuidpoort-project ervoor zorgen dat de leegte van de Zuidwal omgebogen wordt in beheerste ruimte.

Belangrijk deel van het plan is ook het zogenaamde Blok 2, verder stad inwaarts, tegenover het huidige par­keerdek. Dit blok wordt het verbindingsblok tussen het kerngebied Zuidpoort en de oude binnenstad. Dit blok moet de genoemde routing versterken en door zijn intrinsieke kwaliteit de mogelijke ontwikkelingen in zijn directe omgeving positief beïnvloeden. Het blok zal in zijn architecturale uit­werking deel zijn van het Kerngebied.

Zoals reeds gezegd wordt voor het gehele project gestreefd naar homogeniteit, samenhorigheid. In hun architectuur zijn de gebouwen steeds anders en toch familie van elkaar. Hetzelfde geldt dus voor de mate­riaalkeuzes.

Zowel voor de gebouwen als voor de inrichting van het openbaar gebied wordt gekozen voor vanzelfspre­kende, kwaliteitsvolle en duurzame materialen: baksteen, natuursteen, hout, staal, glas, zink, naar ana­logie met de bestaande stad. Niet historiserend maar hedendaags. Geen kopie van het verleden maar met respect voor, schatplichtig aan en toch van vandaag.